
geluid en trillingen isoleren is mijn vak
Deze website vermeldt op meerdere pagina's dat geluid isoleren om systemen draait en niet om producten.
Producten kun je verkopen. Je hoeft zelfs geen tijd in het adviseren van een klant te investeren. Klant bestelt via de webshop en de dag erop staat de koerier met de bestelde "geluidsisolatie" aan de deur.
Systemen moet je uitleggen en dat vereist wat bouwakoestische kennis. Je hoeft als aannemer of Doe-Het-Zelver helemaal geen specialist te zijn, maar zonder basiskennis is de kans op teleurstellende resultaten van de investering in voorzetwanden, ontkoppelde plafonds of zwevende dekvloeren reëel.
Links een voorbeeld van een goed systeem op basis van onze akoestische plafondhangers, rechts een voorbeeld van een beter systeem op basis van krak dezelfde plafondhangers.
De gebruikte materialen voor het ontkoppelde plafond zijn dus identiek dezelfde. Voor de plafondhangers kun je bij geluidsisolatiedokter terecht. De metalen profielen, de gipskartonplaten en minerale wol vindt je bij elke hout- en bouwmaterialenhandel.


Globaal bekeken scoort het rechtse systeem 3 dB beter dan het linkse op vlak van contactgeluid.
Het rechtse systeem heeft 2 massa's op de uiteinden en 1 diepe spouw. Het linkse systeem heeft 3 massa's en 2 spouwen.
Door het plaatmateriaal onder de balken te verwijderen bekom je met hetzelfde ontkoppelde plafond een beter resultaat. Het zijn dus niet akoestische plafondhangers die voor die extra winst zorgen maar het optimaliseren van het systeem zodat het "tripple leaf"-effect vermeden wordt.
Onderstaand enkele klassiekers om het belang van denken in systemen in plaats van producten duidelijk te maken.
Ik hoor maal al te vaak dat mensen ontevreden zijn ondanks het feit dat de aannemer "geluidsisolatie voorzien heeft". Als ik dan wat doorvraag blijkt dat er ergens wat glaswol geplaatst is.
Is glaswol nu ook al geluidsisolatie? Ik dacht altijd dat glaswol een thermisch isolerend materiaal met geluidsabsorberende eigenschappen was dat indien toegepast in een goed ontworpen systeem een goede bijdrage kan leveren aan een betere directe geluidsisolatie door de de staande golven in de spouw te onderdrukken. Die staande golven hebben een negatieve impact op de hoogfrequente driekamertransmissie.
Zonder goed ontworpen systeem is de bijdrage van de geluidsabsorberende spouwvulling beperkt. In een goed ontworpen systeem kan de glaswol tot meer dan 10 dB extra geluidsisolatiewinst zorgen.
Een andere klassieker zijn de speciale geluidsisolerende Gyprocplaten met daarachter OSB. Deze platen worden dan vastgeschroefd op houten latten omdat veel Doe-Het-Zelvers schrik hebben om met metalen profielen te werken. Tussen de houtenlatten komt dan geluidsisolerend vlokkenschuim of polyesterwol.
Hoogverdichte gipskartonplaten zoals de Gyproc Soundbloc zijn zwaarder dan de standaard gipskartonplaten hebben zekr een meerwaarde in een goed ontworpen massa/veer/massa-systeem. Die platen zijn de meerprijs zeker waard.
22 mm OSB weegt +/- 14,3 kg/m². 12.5 mm Gyproc Soundbloc of Fermacell gipsvezelplaat weegt +/-13.8 kg/m² (27,5 kg/m² in een dubbele beplating). De grensfrequentie van OSB en andere houtderivaatplaten veel lager ligt dan die van gipskarton- of gipsvezelplaten waardoor ze goed geluid afstralen in een deel van het spectrum waar we dat liever niet hebben. Hebben de OSB nodig als lastdragend materiaal bij een zwevende dekvloer dan kan dat niet anders maar indien mogelijk vermijden we houtderivaatplaten als we met geluidsisolatie bezig zijn.
Polyesterwol maar ook vlokkenschuim zijn goede producten om de ruimteakoestiek te verbeteren. Ruimteakoestiek en geluidsisolatie zijn 2 totaal verschillende zaken. Als spouwvulling in een voorzetwand doen ze het in een goed ontworpen systeem net zo goed als de veel goedkopere glaswol. Maar ja, op 4 €/m² kun je geen 10 €/m² verdienen. Je kunt het nooit een verkoper kwalijk nemen dat hij zijn boterham probeert te verdienen.
Maar noch de duurdere platen, noch de dure spouwvulling dragen bij tot een goed ontworpen massa/veer/massa-systeem als het kader waarop/waartussen ze komen harde contacten maakt met de gemene muur waardoor de structurele transmissie dominant gaat zijn.
Die hangers zijn maar een deeltje van een systeem.
Als een aannemer of een verkoper van bouwmaterialen zonder software kan voorspellen hoeveel dB winst er behaalt kan worden dan heb je te maken met een absoluut genie. De kans is eerder dat je gesproken hebt met iemand die uit zijn nek kletst.
Zelfs al heb je nog de software, dan heb je nog een serieus aantal inputgegevens nodig om een min of meer betrouwbare berekening te krijgen. Geef je garbage input in de software in dat gaat de software garbage output geven.
Ik bereken steeds het % trillingsisolatie die de hangers gaan geven omdat de enige component is waarmee ik kan rekenen. De fabrikanten/verdelers van wat ik goedkope speelgoedhangertjes noemen stellen geen gegevens ter beschikking die toelaten die berekeningen uit te voeren.
Maar het percentage trillingen die de hangers isoleren zijn maar een deel van het verhaal zoals onderstaande globale resultaten van een labotest zullen aantonen.
Ontkoppeld plafond op basis van onze Akustik + Sylomer T60 hangers

Het ontkoppeld plafond is gelijk en bestaat uit materialen maar de verdiepingsvloer is een gegeven dat verschilt. De parameters die verschillen zijn waardoor we 2 systemen krijgen die ander gaan reageren zijn:
Qua contactgeluid bekijken we het niveau in de onderliggende ruimte.
Qua luchtgeluid bekijken we het verschil boven/onder.
In ééngetalsaanduidingen bekeken scoort het linkse systeem slechter dan het rechtse:

contactgeluid
Ln,w 56 dB
luchtgeluid
Rw 63 dB

contactgeluid
Ln,w 43 dB
luchtgeluid
Rw 77 dB
Als we boven de klopmachine zetten die trillingen in de draagvloer injecteert en wanneer de invallende geluidsgolven de draagvloer aan het trillen brengt gaan er trillingen doorheen de hangers in het plaatmateriaal van het plafond terecht komen. Dit is de component structurele transmissie en hier maken de hangers een verschil.
De trillende draagvloer gaat ook geluid doen afstralen in de spouw. Op deze component van het geluid hebben de hangers geen enkele invloed. Bij de massieve vloer gaat er minder geluid afstralen in de spouw omdat de draagvloer zelf beter geluid tegenhoudt. Minder geluid dat in de spouw afstraalt = minder geluid dat de dubbele gipskartonplaten van het ontkoppelde plafond "aanvalt" en door de gipskartonplaten heen kan gaan.
Dit is de massa waarop de impact plaatsvindt of de geluidsgolf op invalt in de zendruimte waar de geluidsbron zich bevindt
In het geval van een muur + voorzetwand is dat de gemene muur, bij een verdiepingsvloer + ontkoppeld plafond is dat de verdiepingsvloer. In het geval van een zwevende dekvloer is dat het plaatmateriaal van de "droge dekvloer" of de zand/cement-chape van de "natte" dekvloer.
De luchtlaag tussen de 2 spouwbladen.
Dit is de massa waar het geluid van afstraalt in de ontvangstruimte waar de toehoorder zich bevindt.
Beide types vereisen een andere aanpak.
De geluidsbron brengt de omliggende luchtdeeltjes aan het trillen.
De trillende luchtdeeltjes kunnen direct op onze trommelvliezen vallen of eerst nog in de zendruimte tegen een wand of vloer botsen en in de ontvangstruimte als geluid afstralen.
Een impact brengt een gebouwdeel aan het trillen. Het trillende bouwdeel straalt geluid af door op zijn beurt de omliggende luchtmoleculen aan het trillen te brengen.
Er zijn nauwelijks geluiden die bestaan uit een zuivere toon, de meeste geluiden bestaan uit meerdere frequenties die terzelfdertijd voorkomen. Dit noemen we het spectrum.
Dit is plaatmateriaal in het geval van een droge dekvloer dat bovenop een trillingsisolerend materiaal komt te liggen. Bij een traditionele dekvloer of natte dekvloer is dit een zand/cement-chape.
Verschillen in geluidsdrukniveaus *
* in ideale luisteromstandigheden met een koptelefoon waarbij de geluiden kort na elkaar worden afgespeeld
We zijn bezig met een logaritmische en niet met een lineaire schaal !!!!!!!!!!!!
De geluidsisolatie verbeteren met 10 dB is niet altijd even eenvoudig.
De luchtgeluidssisolatie verbeteren van 30 naar 40 dB is veel gemakkelijker dan ze van 50 dB naar 60 dB te verbeteren.
De directe geluidsoverdracht bij voorzetwanden, ontkoppelde plafonds en zwevende dekvloer bestaat uit de componenten:
De impact van flankerende geluidsoverdracht is een pak complexer. Bij de vrijblijvende adviezen die ik geef over voorzetwanden, ontkoppelde plafonds en zwevende dekvloeren op basis van de ontkoppelingsmaterialen die ik verkoop kan ik met deze transmissiewegen geen rekening houden.
De luchtlaag tussen de 2 ontkoppelde massa's werkt als een veer de trillingen verzwakt overbrengt.
Er mogen geen harde contacten bestaan tussen de 2 massa's want dan domineert de component structurele transmissie.
De massa van de gemene muur of draagvloer is meestal een gegeven maar voor de massa van de voorzetwand, ontkoppeld plafond en zwevende dekvloer kunnen we opteren voor zo zwaar mogelijk plaatmateriaal in een dubbele laag. Op die manier bekomen we een oppervlaktemassa van +/- 28 kg/m².
De massa/veer/massa-transmissie beperken we door:
Als er harde contacten bestaan tussen beide spouwbladen dan werkt het massa/veer/massa-systeem niet. M.a.w. geen MVM-systeem zonder akoestische ontkoppeling.
Hier fungeert de luchtlaag tussen de 2 massa's niet ontkoppelde massa's niet als een veer maar beschouwen deze als een aparte ruimte of kamer.
Het gaat hier over hoogfrequente geluid dat een kleine golflengte heeft. Geluid met een frequentie van 3000 Hz heeft een golflengte van ongeveer 11 cm.
In de spouw kunnen staande golven ontstaan omdat bepaalde frequenties een golflengte hebben die net voor x-keer de helft in de spouw passen waardoor ze geen energie verliezen door tegen de massa's te botsen. Om deze staande golven die een negatieve impact hebbe op de hoogfrequente geluidsisolatie plaatsen we geluidsabsorberend materiaal zoals glaswol in de spouw. De trillende luchtmoleculen die doorheen de glaswol gaan verliezen een deel van hun energie door wrijving met de vezels van de glaswol.
Hier draait alles om akoestisch ontkoppelen met de juist gedimensioneerde materialen.
Akoestisch ontkoppelen echt mijn dada en het verkopen van ontkoppelingsmaterialen mijn broodwinning.
Of het nu gaat om een zwevende dekvloer of om een ontkoppeld plafond de principes van het isoleren van trillingen draaien om fysica.
Structurele transmissie is de overdracht trillingen doorheen vaste materialen van de ene ruimte naar de andere. In de ontvangstruimte stralen de trillingen af als geluid.
Of die trillingen nu in de structuur terecht gekomen zijn door een mechanisch impact (structure borne sound) of door een invallende geluidsgolf (airborne sound) maakt niet uit.
Bij een onbelaste koppeling maakt het niet veel uit welk soepel ontkoppelingsmateriaal we gebruiken. De trillingen mogen gewoon niet via harde contacten van het ene bouwelement naar het andere kunnen.
Bij een belaste koppeling moeten we trillingen gaan isoleren en krijgen we een massa/veer-systeem. We rekening houden met:
Er gewoon wat rubber of een ander goedkoop ontkoppelingsmateriaal onder gooien kan indien het echt fout gaat met de materiaalselectie zelfs voor een hogere trillingsoverdracht zorgen.
Bij een droge zwevende dekvloer gaat het rubber dat ik verkoop voor onvoldoende invering zorgen waardoor de afveerfrequentie te hoog gaat zijn om laagfrequente voetstappen te isoleren. Maar zelfs correct gedimensioneerde contactgeluidisolatie gaat weinig helpen als er schroeven doorheen gaan die voor doorkoppeling zorgen.

Waar we steeds rekening mee houden bij de selectie zijn?
Verder op de pagina zal duidelijk waarom een vlokkenschuim of rubberstrook waarvan je geen enkel technisch gegeven meekrijgt niet de briljante contactgeluidsisolatie zal zijn. En waarom die goedkope akoestische plafondhangertjes op basis van rubber made somewhere in het Verre Oosten niet veel meer zijn dan goedkope hangertjes.
Waarom verkopen ze in de handel dat vlokkenschuim als passe-partout oplossingen en willen ze per sé van die akoestische speelgoedhangertjes verkopen?
Ik heb in een vorig professioneel leven nog opleidingen basisakoestiek gegeven aan de medewerkers van handelaren. Af en toe bezocht ik dan incognito één van die verkooppunten waar ik advies vroeg over de producten die mijn toenmalige werkgever distribueerde. De adviezen die ik soms kreeg waren soms van een niveau dat ik enkel kan besluiten dat ik totaal ongeschikt ben om cursussen akoestiek te geven. Niets van hetgeen ik in de opleidingen probeerde meegeven bleef "hangen" bij de verkoop medewerkers van onze klanten.
Op basis van de parameters hebben we de keuze om met verschillende ontkoppelingsmaterialen te werken:
Alle materialen hebben voor- en nadelen. Stalen veren gaan steeds voor het hoogste %trillingisolatie zorgen en rubber gaat steeds het laagste scoren op dat vlak.
Bij onderstaande contactgeluidsisolatie voor vloeren gaan we bijvoorbeeld geen stalen veren bij droge zwevende dekvloeren gebruiken. Stalen veren hebben geen dempende eigenschappen en gaan bij belopen oncomfortabel aanvoelen.

Bij plafonds hoeven we daar geen rekening mee te houden en kunnen zowel hangers op basis van rubber (links onder), Sylomer (links boven) of stalen veren gebruiken.
De hangers op basis van een veer zijn onvermijdelijk een pak groter dan de tegenhangers op basis van elastomeren zoals rubber of Sylomer.

Referentiesysteem = ontkoppeld plafond met gewone plafondhangers

contactgeluid
Ln,w 61 dB
luchtgeluid
Rw 71 dB
ontkoppeld plafond op basis van Akustik Super T60 A45 plafonhangers


contactgeluid Ln,w 52 dB
9 dB beter dan met het referentiesysteem
luchtgeluid Rw 74 dB
3 dB beter dan het referentiesysteem
ontkoppeld plafond op basis van Akustik Super T60 + Sylomer hangers

.png?etag=%2220f8e-68610733%22&sourceContentType=image%2Fpng&ignoreAspectRatio&resize=648%2B200&extract=0%2B0%2B631%2B200)
contactgeluid Ln,w 43 dB
18 dB beter dan met het referentiesysteem
9 dB beter dan het plafond op basis van de hangers met rubber
9 dB verschil verantwoord de 1.75 € meerkost t.o.v. de Akustik+Lateral A45 hanger
luchtgeluid Rw 77 dB
6 dB beter dan het referentiesysteem
3 dB beter dan het plafond op basis van hangers met rubber
Elk materiaal of voorwerp heeft een eigenfrequentie. We kunnen die te weten komen door een trap tegen het voorwerp te geven en te kijken op welke frequentie het materiaal uittrilt.
Zo kun je muziek maken met glazen die je elk op hun eigenfrequentie laat trillen.
Wanneer een trilling of een geluidsgolf met dezelfde frequentie als de eigenfrequentie van het voorwerp aan het trillen brengt gaat het voorwerp veel harder trillen dan je op basis van de kracht van de aanstoting zou verwachten.
Zo kun je met geluidsgolven materialen breken.
Het samenvallen van de storende frequentie of aandrijffrequentie met de eigenfrequentie van een voorwerp noemen we resonantie.
Trillingen met een frequentie (storende frequentie genaamd)
Om te kunnen rekenen gaan wij altijd bij een zwevende dekvloer altijd uit van een draagvloer die erg zwaar is en stijf is. Dit laat toe het model massa/veer te gebruiken in plaats van massa/veer/massa omdat we een draagvloer krijgen van honderden kilogram per m² en een zwevende dekvloer van een 15 à 35 kg/m².
Omdat de ondervloer stijf is is het enige dat kan inveren onder de belasting de contactgeluidisolatie die we gebruiken.
Ik spreek dan liever over de afveerfrequentie omdat dit dan een eigenschap is van de contactgeluidsisolatie die we gebruiken.
Afveerfrequentie van het massa/veer systeem bij zwevende dekvloer, ontkoppelde plafonds en bijvoorbeeld de trillingsarme opstellen van warmtepompen worden bepaald door de statische deflectie van de contactgeluidsisolatie of plafondhanger.
Hoe meer mm de contactgeluidsisolatie of plafonhanger inzakt onder het gewicht van het plaatmateriaal hoe lager de afveerfrequentie gaat zijn.
Bij de zwevende dekvloer moeten we niet alleen rekening houden met het gewicht van het plaatmateriaal maak ook met het gewicht van de dynamische belastingen zoals personen en meubilair. Bij een ontkoppeld plafond moeten we enkel rekening houden met de statische.
Zelfde zwevende dekvloer, zelfde afveerfrequentie maar wel verschillend systeem en dus een ander resultaat

contactgeluid
Ln,w 57 dB

contactgeluid
Ln,w 42 dB
15 dB verschil qua contactgeluid met dezelfde zwevende dekvloer. Zonder alle inputgegevens te kennen kun je nooit zeggen met die dekvloer ga je gegarandeerd zoveel dB extra contactgeluidsisolatie krijgen.
Het verschil ligt niet aan de contactgeluidsisolatie dik ik verkoop maar aan het verschil in systeem.
Een van de redenen is dat de trillingen die door de contactgeluidsisolatie nog geen komen gemakkelijk de houten draagvloer gemakkelijk aan het trillen kunnen brengen.
Dezelfde trillingen die nog doorheen de contactgeluidsisolatie heenkomen kunnen veel moeilijker de zware massieve draagvloer aan het trillen brengen.
Nog performantere contactgeluidsisolatie gaat voor minder structurele transmissie zorgen.
De structurele transmissie is niet de enige verklaring van het verschil ook het geluid dat afstraalt van de OSB speelt een rol
Tweede deel van de verklaring is dat het geluid dan door het bekloppen van de dekvloer afstraalt in de spouw tussen plaatmateriaal en draagvloer bij de linkse opbouw veel gemakkelijker doorkomt dan bij de rechtste. Hier speelt het verschil in oppervlaktemassa tussen de 2 draagvloeren.
Wil je de links opbouw op het niveau van de rechtste krijgen op vlak van contactgeluid dan gaat een ontkoppeld plafond nodig zijn.
Rond de afveerfrequentie van het systeem zien we dat de transmissibiliteit (eigenlijk het omgekeerde van de trillingisolatie) heel erg groot is. De trillingen met een frequentie die dicht bij de afveerfrequentie ligt worden versterkt.
Dit geldt zowel voor zwevende dekvloer en ontkoppelde plafonds.
Het verschil tussen bijvoorbeeld akoestische plafondhangers op basis van een veer en op basis van het elastomeer Sylomer is:

We bekijken 2 lateralen-plafondhangers. Belasting is 29 kg/m² en de hangers staan 50x80 cm uit elkaar wat resulteert in een belasting van 11,6 kg/hanger.


Bovenstaand de gegevens van de Lateral Sylomer-hanger (op de foto de hanger met het roze elastomeerblokje) .
De afveerfrequentie ligt op 9 Hz, daar piekt de transmissibiliteit op 41,9.
De statische invering bedraagt net geen 3mm.


Bovenstaand de gegevens van de laterale veerhanger (op de foto de hanger gekoppeld aan de Fixation T60 bevestigingskop) .
De afveerfrequentie ligt op net geen 5Hz, daar piekt de transmissibiliteit op 100.
De statische invering bedraagt net geen 12 mm.
De veer kent enkel isolerende eigenschappen. Het Sylomer elastomeer kent zowel dempende als isolerende eigenschappen.
Isolatie en demping zijn 2 totaal verschillende concepten maar helaas worden ze constant door elkaar gebruikt. Zo spreekt met over trillingsdempers terwijl men het eigenlijk over trillingisolatoren heeft.
Het positieve aan demping is dat het de overdracht bij resonantie beperkt. We krijgen minder opslingering van de trillingen.
Het nadeel is dat het de isolatie bij de storende frequenties die hoger zijn dan de afveerfrequentie negatief beïnvloed.
Hoe meer demping (hoe hoger dempingscoefficient van het trillingsiolerende materiaal) hoe minder opslingering bij resonantie, maar hoe minder isolatie van trillingen met frequenties die meer dan 1.5 keer hoger zijn de afveerfrequentie.
Als de afveerfrequentie veel lager (minimaal 3 keer bij voorkeur) dan de laagste storende frequentie dan is die opslingering geen probleem en kun je gerust stalen veren gebruiken of een elastomeer met een lage dempingscoëfficiënt.
Vandaar dat het altijd rekening moet houden met de kenmerken van de stoorbron want als de storende frequentie en de afveerfrequentie in elkaar buurt liggen heb je een probleem.
Hoe groter de verhouding afveerfrequentie/storende frequentie hoe hoger het %trillingsisolatie.
Voorbeeld op basis van AFB Floorblocks met een belasting van 20 kg/blok.

statische deflectie | afveerfrequentie | belastbaarheid | |
type 30 - max 30 kg/blok | 2,08 mm | 12 Hz | 57% van het maximum |
type 60 - max 60 kg/blok | 1,36 mm | 14 Hz | 33% van het maximum |
type 110 - max 100 kg/blok | 1,04 mm | 15 Hz | 20% van het maximum |
type 160 - max 160 kg/blok | 0.98 mm | 18 Hz | 12,5% van het maximum |
Het type 30 is bij deze belasting de beste keuze. De andere blokken worden onvoldoende belast.
Steeds rekening houden met de belastingsrange van je ontkoppelingsmateriaal.
Qua % trillingsisolatie krijgen we:
storende frequentie | type 30 | type 60 | type 110 | type 160 |
20 Hz | 49,8% de storende frequentie is 1,66 keer hoger dan de afveerfrequentie | -8,7% de storende frequentie is slechts 1,42 keer hoger dan de afveerfrequentie waardoor de trillingen opslingeren | - 48,3% de storende frequentie is slechts 1,33 keer groter dan de afveerfrequentie waardoor de trillingen opslingeren | -261,8% de storende frequentie valt bijna samen met de afveerfrequentie waardoor de trillingen maximaal opslingeren |
50 Hz | 94,4% de storende frequentie is 4,5 keer hoger dan de afveerfrequentie | 90,1% de storende frequentie is 3,6 keer hoger dan de afveerfrequentie | 89,4 % de storende frequentie is 3,33 keer hoger dan de afveerfrequentie | 80,5% de storende frequentie is 2,77 keer hoger dan de afveerfrequentie |
Lukraak een soepel materiaal onder een zwevende dekvloer gooien of een zogenaamd akoestisch plafonhangertje gebruiken kan tot teleurstellende resultaten leiden als er laagfrequente trillingen zoals voetstappen geïsoleerd moeten worden.
Indien de de ene massa niet veel groter is dan de andere bij bijvoorbeeld houten verdiepingsvloeren dan krijgen we geen massa/veer-systeem maar een massa/veer/massa-systeem voor de trillingsisolatie.
De massa/veer/massa-resonantiefrequentie gaat hoger zijn de de afveerfrequentie van het massa/veer-systeem waardoor het laagfrequente gedrag anders gaat zijn.
Bij een zwevende dekvloer op een houten verdiepingsvloer of een ontkoppeld plafond onder een houten verdiepingsvloer selecteren we beter een iets performantere contactgeluidsisolatie of akoestische plafondhanger om een goede isolatie van laagfrequente voetstappen te bekomen.
Het trillingsisolerende materiaal van een zwevende dekvloer gaat minder inveren als de vloer niet stijf genoeg is. Als de invering van het materiaal bij de opgegeven belasting maar 1 mm of minder is dan kan dit onvoldoende zijn om het meebewegen van de draagvloer bij belopen te compenseren.
Een verdiepingsvloer is in functie van de vrije overspanning altijd een minder stijve vloer dan een vloer op volle grond. Houten verdiepingsvloeren zijn minder stijf dan een massieve verdiepingsvloer.
Als een houten vloeren "trampoline"-effect vertoont dan kan het aanbrengen van een zwevende dekvloer in extreme gevallen voor een verslechtering van de contactgeluidsisolatie zorgen.
Extra achtergrondinformatie
Vaak zie je op technische fiches enkel ééngetalsaanduidingen staat. Ook eisen in de akoestische normen worden vaak uitgedrukt in ééngetalsaanduidingen.
Mij zeggen die ééngetalsaanduidingen weinig tot niets.
Geluidsisolatie is altijd frequentie afhankelijk. Materialen en concepten om de geluidsisolatie te verbeteren zullen bijna altijd beter midden- en hoogfrequent geluid isoleren dan laagfrequent geluid. Laagfrequent stoorgeluid is steeds een lastige.
Er bestaat dus een zekere mate van geluidsisolatie in functie van de frequentie van het geluid/trillingen en in het geval van luchtgeluid speelt tevens de invalshoek waarmee de golf invalt op de muur, vloer of plafond een rol.
In de meeste gevallen hebben we te maken met alzijdige geluidsinval (tussen 2 ruimtes) en moeten we geen rekening houden met de invalshoek
Eigenlijk krijgen we per frequentie een andere geluidsisolatie. Omdat een paar duizend waardes nogal onoverzichtelijk is worden de frequenties meestal gegroepeerd in tertsbanden.
Op die manier verdeelt men het spectrum dat voor de bouwakoestiek belangrijk is in 16 tertsbanden (van de band met middenfrequentie 100 Hz tot de band met middenfrequentie 3150 Hz) met elk een geluidsverzwakkingsindex.
Wat wij graag willen weten is hoe een gebouwelement geluid isoleert in de tertsbanden die overeenstemmen met de spectrale kenmerken van het stoorgeluid. Mij helpt het bijvoorbeeld weinig dat een ondervloer goed trillingen isoleert in de terstband met middenfrequentie 500 Hz als we laagfrequente trillingen die door voetstappen veroorzaakt worden als stoorbron hebben.
Met een ééngetalsaanduiding kunnen we wel snel de performantie van materialen of opbouwen met elkaar vergelijken, maar om een geluidsprobleem te kunnen oplossen willen we weten wat het materiaal of opbouw isoleert in dat deel van het spectrum waar ons stoorgeluid dominant is.
Hou rekening met de kenmerken van het stoorgeluid
Als vuistregel kunnen we stellen dat alle ingrepen die werken om luchtgeluid te isoleren ook de afstraling van contactgeluid zullen beperken maar omgekeerd geldt dit niet.
Ook de spectrale kenmerken van het stoorgeluid spelen een rol. Stemgeluiden isoleren vereist een andere aanpak dat het isoleren van laagfrequentie beatmuziek.
Voorbeelden zijn:
Luchtlekken hebben een serieuze impact op de geluidsisolatie. Van zodra je meer dan 40 dB aan directe luchtgeluidsisolatie moet behalen is een goede lekdichtheid een absolute vereiste.
de verhouding oppervlakte luchtlekken t.o.v. de totale oppervlakte van het bouwelement bepaalt de maximaal bereikbare luchtgeluidsisolatie
Uitgangspunt: zonder luchtlekken is de Rw van het bouwelement 60 dB (dit is een goede geluidsverzwakkingsindex) dan wordt dit met lekken:
Maak ik een gat van 50 cm² in een muur en hang ik er vervolgens een luchtdichte folie voor dan hebben we geen luchtlek meer maar wel nog altijd een groot geluidslek omdat de oppervlaktemassa van de folie veel kleiner is dan die van de rest van de muur.
Als we de samengestelde geluidsisolatie van een muur + voorzetwand van 2.54 x 6m met een gewogen geluidsverzwakkingsindex van 60 dB nemen die we slechts tot tegen een bestaand verlaagd plafond laten lopen waardoor we met een akoestisch lek zitten.
Laten we als oppervlakte van het lek 30 cm x 6 m nemen en dit een gewogen geluidsverzwakkingsindex van 45 dB toekennen dan krijgen we als samengestelde geluidsverzwakkingsindex van 54 dB.
Voor wie het eens wil narekenen: -10xlog(((15.24/17.04x10^((-60)/10))+1.8/17.04x10^((-45)/10)))
6 dB verlies door het akoestisch lek. De voorzetwand zorgt voor een winst van 9 dB in plaats van 15 dB.
Het heeft geen zin om dit lek te proberen compenseren door de voorzetwand performanter te maken.
Als de we voorzetwand een nog bredere spouw geven en massafolies gebruiken dan kunnen we perfomantie van de basiswand + voorzetwand opdrijven tot 65 dB.
De samengestelde geluidsisolatie wordt nu 54 dB.
Het geld dat we uitgegeven hebben aan de massafolie is weggesmeten geld omdat we de zwakste schakel niet aangepakt hebben.
Voor wie het eens wil narekenen: -10xlog(((15.24/17.04x10^((-65)/10))+1.8/17.04x10^((-45)/10)))
Zelfs de beste geluidsisolatie kan niet alle stoorgeluiden volledig elimineren.
Om stoorgeluid onhoorbaar te maken, wordt vaak het achtergrondgeluidsniveau verhoogd met geluiden die over het algemeen als aangenaam en rustgevend worden ervaren, om zo de storende geluiden te overstemmen.
Een geluid wordt hoorbaar op voorwaarde dat
Door geluidsmaskering kunnen ongewenste geluiden onhoorbaar worden gemaakt. Onze Belgische Akoestische Normen gaan steeds uit van een achtergrondgeluidsniveau van 30 dBA. In de woningen van mensen die klagen over een gebrekkige geluidsisolatie worden vaak lagere achtergrondgeluidsniveaus gemeten.
Zelfs als het maskerende geluid het storende geluid niet volledig verhult, kan het toch de aandacht afleiden.
Het maskerende geluid moet continu en zo neutraal mogelijk zijn. Daarom worden meestal ruisgeluiden gebruikt in plaats van muziek, aangezien muziek kan variëren in volume en frequentie, waardoor het minder geschikt is voor maskering.
De meeste mensen ervaren minder hinder van een constant geluid dan van fluctuerend geluid (aan/uit - luid/stil). Mensen die naast een snelweg wonen zeggen vaak dat ze het geluid ervan niet meer horen.
Een storend geluid wordt volledig overstemd door achtergrondgeluid wanneer het 10 dBA zachter is dan het omgevingsgeluidsniveau. Zelfs als je je erop zou concentreren dan nog is het onhoorbaar geworden. Als het achtergrondgeluidsniveau minder dan 10 dB hoger is dan het stoorgeluid dan kun je het stoorgeluid wel nog oppikken als je je concentreert. Mensen met een overdreven focus op het stoorgeluid zijn vaak teleurgesteld in de resultaten van geluidsisolerende ingrepen als ze niet voor maskeergeluid zorgen.
Zelfs een kleiner geluidsverschil kan de aandacht al afleiden van de storende geluiden.
Sommige contrasterende stoorgeluiden kunnen wel nog steeds hoorbaar zijn bij een geluidsniveauverschil van meer dan 10 dBA . Voorbeeld van contrasterende geluiden = laagfrequent gezoem als stoorbron en een maskeergeluid zoals blauwe ruis dat nauwelijks laagfrequente componenten bevat.
Meest gebruikte ruissignalen
Door de verschillende manieren waarop mensen geluid ervaren, is het essentieel om te experimenteren met verschillende soorten maskeergeluiden om te ontdekken wat voor jou werkt.
Er bestaan talloze geluidsopwekkende apps en afspeellijsten op bijvoorbeeld Spotify waar je deze ruissiganalen kunt vinden.
Witte ruis betekent dat alle frequenties gelijke energie bevatten.
Echte 'witte ruis' klinkt als een constante ruis zonder variaties in volume en frequentie
Geluiden zoals "witte ruis voor baby's", die overvloedig aanwezig zijn op platforms zoals Spotify, zijn daarom iets gemoduleerd met geluiden als brekende golven, windgeruis, regendruppels en andere natuurlijke geluiden.
Roze ruis betekent dat er in elke tertsband evenveel geluidsenergie zit
Laagfrequent geluid wordt versterkt in vergelijking met witte ruis en klinkt hierdoor “natuurlijker”.
Bruine of rode ruis = laagfrequent geluid wordt nog meer geboost dan bij roze ruis
Klinkt eerder als een diep “gerommel”.
Blauwe ruis = de hogere frequenties worden versterkt
Klinkt eerder als een soort “gesis”.
Het meest geschikte ruissignaal varieert afhankelijk van de context en de persoon.
Als het stoorgeluid een specifieke spectrale component heeft, kan bruine ruis of blauwe ruis de beste optie zijn om te maskeren.
Bij storende geluiden met een dominante laagfrequente component, zoals bij langzaam rijdende vrachtwagens, is bruine ruis ideaal om het schommelende verkeersgeluid te maskeren.
Witte ruis en roze ruis zijn geschikt voor breedbandige geluiden. Het gebruik van speakers die lage frequenties goed kunnen weergeven is essentieel, waardoor een systeem met een subwoofer aan te raden is.
Wat luchtgeluid betreft zijn er tussen 2 naast elkaar gelegen ruimte 13 transmissiewegen:
Op bovenstaande afbeelding staan de 4 transmissiewegen voor de bouwknoop gemene muur/vloer.
De geluidsisolerend voorzetwand tegen de gemene muur heeft een impact op de de:
De voorzetwand heeft bij deze bouwknoop geen impact op de flankerende wegen:
Het is best mogelijk dat een geluidsisolerende voorzetwand die in het akoestisch labo (enkel directe transmissie) 20 dB geluidsisolatiewinst (ééngetalsaanduiding (∆Rw) oplevert in een bestaande woning slechts 4 à 5 dB geluidisolatiewinst oplevert.
De voorzetwand pakt slechts 5 van de 13 transmissiewegen aan. Als je een hoge mate van geluidsisolatie nastreeft dan moet er met alle transmissiewegen rekening gehouden worden.
Daarnaast kan er ook nog sprake zijn van omloopgeluid. Letterlijk geluid dat om de constructie die we maken heen loopt.
Voorbeelden van omloopgeluid :
Een akoestisch "harde ontvangstruimte" doet de geluidsisolatie slechter lijken dan ze in werkelijkheid is
Wanneer er in de ontvangstruimte vooral harde oppervlaktes zijn (pleister, vloertegels, glas, lederen zetels,...) gaat het geluid dat op de oppervlaktes invalt gereflecteerd worden.
Hierdoor gaat het luider worden dan wanneer je dezelfde ruimte hebt met veel geluidsabsorberende materailen.
Door de akoestiek van de ontvangstruimte aan te pakken en geluidsabsorberende materialen te voorzien gaat de geluidsisolatie beter lijken dan ze is.
Geluid is niet alleen fysica maar ook emotie
Geluidsoverlast ervaren is persoonsgebonden. Waar de ene persoon zich blauw ergert aan een geluid heeft een ander er totaal geen last van.
Op dat moment betreden we wat ik vaak ervaar als het "glibberige pad van de psycho-akoestiek", want hoe vertel je een adviesklant dat het niet echt een issue van geluidsisolatie is, maar dat je de indruk hebt dat het eerder een overgevoelig reageren is op bepaalde geluidsprikkels.
Op de pagina "omgaan met geluidshinder lees je hier meer over".
Spouw = luchtlaag tussen:
Bij de driekamertransmissie beschouwen we de spouw als een aparte ruimte waarin een geluidsveld zich ontwikkelt.
Het geluidsveld in de spouw brengt op zijn beurt bij een voorzetwand of ontkoppeld plafond het plaatmateriaal aan het trillen.
Het plaatmateriaal straalt vervolgens het geluid sterk verzwakt af in de ontvangstruimte.
Je mag de geluidsverzwakkingsindex van de beide spouwbladen bij elkaar optellen. Theoretisch stijgt de geluidsverzwakkingsindex met 12 dB per frequentieverdubbeling.
Om te vermijden dat de spouw een klankkast wordt brengen we geluidsabsorberend materiaal aan in de spouw om de staande golven te onderdrukken. Glaswol is hiervoor het meest gebruikte materiaal.
Staande golven in lucht zijn moeilijk te visualiseren, gelukkig is dit voor een trillinde staaf een pak gemakkelijker.
Andere thermische isolatiematerialen met geluidsabsorberende eigenschappen zoals cellulose, gerecycleerd katoen, flexibele houtwol, vlokkenschuim, PET,... zorgen voor hetzelfde effect. Bio-ecologische materialen kunnen interessant zijn omwille van hun warmtebufferende eigenschappen. Dure schuimproducten brengen voor deze toepassingen geen akoestische meerwaarde.
Het absorberende materiaal mag niet in de spouw gepropt worden want dan komen de spouwbladen onder spanning te staan. Materialen zoals EPS en andere harde isolatieplaten hebben een negatieve impact.
De driekamertransmissie werkt enkel voor frequenties die hoger zijn dan het zogenaamde transitiepunt dat overeenstemt met:
de geluidsnelheid in lucht /(4 x π x de spouwdiepte in meter)
Voor een spouwdiepte van 5 cm is er sprake van driekamertransmissie vanaf +/- 340/(4 x π x 0.05) = 541 Hz
Staande golven hebben een negatieve impact op de hoogfrequentie driekamerstransmissie. Staande golven kunnen wel onderdrukt worden door geluidsabsorberend materiaal in de spouw aan te brengen.
Staande golven = frequenties waarvan de gehele veelvouden van 1/2 keer hun golflengte gelijk zijn aan de spouwbreedte.
Belangrijkste factoren: spouwdiepte en absorptie in de spouw.
Randvoorwaarde: totale ontkoppeling tussen de spouwbladen want indien er sprake is van structurele transmissie gaat de impact van het geluidsabsorberend materiaal in de spouw quasi nihil zijn. Geluid isoleren draait om knowhow.
Bij de massa/veer/massa-transmissie beschouwen we de luchtlaag in de spouw als een veer die de 2 massa's verbindt.
Hoe breder de luchtlaag hoe elastischer de veer. Idealiter is de luchtlaag steeds minimaal 4 cm, anders wordt de "veer te stijf".
Hoe hoger de frequentie van het invallende geluid hoe minder trillingen de veer gaat overdragen . De geluidsisolatie verbetert met het toenemen van de frequentie. Theoretisch verbetert de luchtgeluidsisolatie met 18 dB per frequentieverdubbeling.
Omdat bij gemetselde gemene muren de oppervlaktemassa vele keren groter is dan de massa van de dubbele laag plaatmateriaal van de voorzetwand kunnen we het systeem als een massa/veer-systeem beschouwen. Idem bij massieve verdiepingsvloeren waar de massa van de vloer meerdere honderden kg/m² bedraagt terwijl de massa van het plaatmateriaal van het ontkoppeld plafond of zwevende dekvloer enkele tientallen kg/m² bedraagt.
Rond de resonantiefrequentie van het massa/veer/massa-systeem zal de luchtgeluidsisolatie van de gemene muur + geluidsisolerende voorzetwand slechter zijn dan die van de gemene muur alleen.
In het deel van het spectrum tussen MV-resonantiefrequentie / √2 en MV-resonantiefrequentie x √2 zal de luchtgeluidsisolatie met voorzetwand slechter Als je geen rekening houdt met de kenmerken van de stoorbron kun je de verkeerde voorzetwand of ontkoppeld plafond ontwerpen.
Het is dus belangrijk om erover te waken dat de frequenties van het stoorgeluid niet samenvallen met het gebied rond de MV-resonantiefrequentie.
Absorberend materiaal zoals minerale wol in de spouw zorgt voor een minder uitgesproken "isolatiedip" van de sisolatiecurve rond de massa/veer-resonantiefrequentie maar heeft geen impact op waar in het spectrum de dip gaat komen.
Hoe lager de fr, hoe beter de luchtgeluidsisolatie van het geluid met frequenties hoger dan fr x √2
Geluid met frequenties hoger dan 70 Hz x √2 = 99 Hz wordt beter geïsoleerd dankzij de voorzetwand.
Geluid met frequenties hoger dan 69 Hz wordt beter geïsoleerd dankzij de voorzetwand.
Geluid met frequenties hoger dan 82 Hz wordt beter geïsoleerd dankzij de voorzetwand.
Geluid met frequenties hoger dan 54 Hz wordt beter geïsoleerd dankzij de voorzetwand.
Labogrootheid wil zeggen dat er enkel geluidstransmissie van zendruimte naar ontvangstruimte mogelijk is via het geteste materiaal/opbouw.
R slaat op een reductie, dus hoger hoe beter
De grootheden met een A in de index houden rekening met de oorgevoeligheid.
RW 52dB = popmuziek op normaal volume in de zendruimte is nog net hoorbaar in de de ontvangstruimte
RW 47dB = een conversatie op luide toon in de zendruimte is nog net hoorbaar in de ontvangstruimte
Labogrootheden zijn zo maar te vertalen naar een in-situ situatie.
In een woning of appartement is er in tegenstelling tot in het akoestisch labo niet enkel transmissie doorheen de gemene muur of woningscheidende verdiepingsvloer mogelijk.
Andere mogelijke transmissiewegen worden verder op deze pagina besproken.
D slaat op een difference in geluidsdrukniveau tussen de zendruimte en de ontvangstruimte, hoe hoger hoe beter.
DnT,w 40 dB = ronduit zwakke geluidsisolatie
DnT,w 50 dB = redelijke geluidsisolatie
DnT,w 60 dB = e goede geluidsisolatie
L slaat op level, omdat het over een niveau gaat geldt hoe lager hoe beter.
De klopmachine genereert een breed spectrum aan trillingen terwijl de door voetstappen genereerde trillingen laagfrequent zijn. We gebruiken de grootheid LI,50 als het om het geluid van voetstappen gaat.
Omdat het over een geluidsisolatiewinst gaat geldt hoe hoger hoe beter?
L’nT,w 50 dB en 25 dB achtergrondgeluidsniveau in de ontvangstruimte
L’nT,w 45 dB en 25 dB achtergrondgeluidsniveau in de ontvangstruimte
L’nT,w 40 dB en 25 dB achtergrondgeluidsniveau in de ontvangstruimte
We kunnen geen enkele geluidsisolerende oplossing uitwerken zonder rekening te houden met de kenmerken van de stoorbron:
Hoe luider het stoorgeluid des te ingrijpender de maatregelen om de geluidsisolatie te verbeteren.
De ramen die nodig zijn voor een gevelgeluidsisolatie die aan de geldende akoestische normen voldoet van een woning gelegen in een rustige verkaveling verschillen danig van die van een woning gelegen langs een drukke invalsweg naar een industrieterrein waar er 's morgen vroeg veel vrachtwagen passeren.
Zeker als we geluidsisolatie gaan dimensioneren op geluidspieken moeten we nog performante oplossingen uitwerken.
De amplitude of het geluidsvolume is de maximale drukverandering (positieve overdruk of negatieve onderdruk ten opzichte van de referentiedruk (20. 10-6Pa).
Deze referentiedruk stemt overeen met de gehoordrempel bij 1000 Hz.
gewaarwording | A-gewogen geluidsdrukniveau | klink als |
stilte | 20 dBA | |
zeer stil | 30 dBA | gefluister |
rustige omgeving | 40 dBA | leeszaal van een bibliotheek |
minder rustige omgeving | 45 tot 55 dBA | normale stem |
relatief luidruchtig | 60 tot 60 dBA | luide stem |
luidruchtig | 65 tot 70 dBA | zeer luide stem |
zeer luid | 80 dBA | het geluid vlak naast een snelweg |
Er is altijd een zekere mate van geluidsisolatie bij een zekere frequentie. Ook de hoek waarmee het geluid op een bouwelement invalt
Elke muur, vloer, raam of plafond isoleert beter midden- en hoogfrequent geluid dan laagfrequent gelui
De geluidsisolatie verbeteren mits een voorzetwand, ontkoppeld plafond of zwevende vloer betekent altijd dat in een deel van het spectrum de geluidsisolatie door resonantie slechter gaat zijn dan voorheen. Als spectrum waar het stoorgeluid dominant is net samenvalt met dat deel van het spectrum waar de geluidsisolatie slechter gaat zijn dan voorheen kom je van de regen in de drop terecht.
Geluid isoleren is weten waar je mee bezig bent als je massa/veer/massa-resonantie niett in het spectrum van stoorgeluid ligt ben je niet goed bezig.
Know-how maakt wel degelijk het verschil.
Als je even teruggaat naar de isofoonlijnen dan zie je dat deze lijnen in de lage frequenties zeer dicht bij elkaar liggen.
Langs de ene kant heeft laagfrequent geluid een hoger volume nodig om het te kunnen horen maar eens het volume hoog genoeg is (daar zorgen bv subwoofers wel voor) dan zijn we enorm gevoelig voor volumeveranderingen van dit laagfrequent geluid.
Wat volgens de sonometer een verhoging met een paar dB is kan overkomen als een verdubbeling van het laagfrequente geluid.
Omgekeerd geldt dan ook dat een verbetering van de geluidsisolatie in de lage frequenties met een paar dB kan overkomen als een halvering van het laagfrequente stoorgeluid.

Plafondhangers op basis van Sylomer of stalen veren zijn iets duurder dan die op basis van rubber.
Maar ze zorgen wel voor een paar dB extra geluidsisolatiewinst in de lage frequenties. En omdat we zo gevoelig zijn aan volume veranderen komt die op het eerste zicht kleine winst over als veel hoger.
Frequentie, uitgedrukt in Hertz is het aantal drukveranderingen per seconde noemen we de frequentie. Ons menselijk oor kan geluiden met frequenties tussen 20 en 20.000 Hz horen. Geluiden lager dan 20 Hz is infrasoon geluid, geluid boven de 20.000 Hz is ultrasoon geluid.
De frequentie is belangrijk omdat het de "klank of toonhoogte" van het geluid bepaalt.
Zuivere tonen zijn geluiden met slechts 1 frequentie komen slechts zelden voor. De meeste geluiden bestaan uit verschillende frequenties en amplitudes.
Tonaal geluid is geluid waarvan enkele frequenties er duidelijk uitspringen. Wanneer er duidelijk lage frequenties bovenuit steken spreekt men vaak over bromgeluiden. Zijn het de hoge frequenties die dominant zijn dan omschrijft men het geluid vaak als ‘fluitend”. Tonaal geluid wordt als enorm storend ervaren.
In de bouwakoestiek houden we rekening met een 3500 frequenties, grosso modo van 90 Hz tot 3500 Hz. Om het overzichtelijk te houden wordt dit spectrum gebundeld in tertsbanden.
De tertsbanden die belangrijk zijn gaan van de band met middenfrequentie 100 Hz tot de band met middenfrequentie 3150 Hz.

ondernemingsnummer BE0692.802.011
Copyright geluidsisolatiedokter.be 2024. All rights reserved.