geluid en trillingen isoleren is mijn vak

Een akoestisch ontkoppeld plafond is cruciaal voor effectieve vermindering van zowel lucht- als contactgeluid.
Om goede geluidsisolatie te bereiken, is deskundig ontwerp, hoogwaardige materialen en precieze installatie van groot belang.
Ik sta klaar om je te ondersteunen bij het ontwerpen van jouw geluidsisolerende plafond, inclusief het berekenen van materiaalhoeveelheden en kosten, zonder verplichtingen.
Wat is het hoogteverlies door het geluidsisolerend plafond?
Welke materialen zijn vereist?
Haalbare geluidsisolatiewinst bij een ontkoppeld plafond?
Betekenis van een geluidsisolatiewinst van 5, 10 of 20 dB?
Ontdek hier antwoorden op geluidsisolatievragen over plafonds.

Een effectieve aanpak voor het verbeteren van de geluidsisolatie van een plafond is door het gebruik van een zware afschermende structuur met een diepe spouw. Hierbij wordt het plafond zorgvuldig losgekoppeld van de vloer en aangrenzende wanden.
Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de geluidsisolatie van een plafond.
Je vind alle nodige achtergrondinfo via onderstaande link.
Via onderstaande link kom je op een vragenlijst terecht.
Op basis van jouw antwoorden ontwerp ik de meest geschikte geluidsisolerend plafond. Tevens reken ik de materiaalkosten- en hoeveelheden voor je uit zodat je als doe-het-zelver de materiaalkosten kunt inschatten.
1. Vul de vragenlijst in
Op basis van jouw antwoorden kan ik de benodigde input ingeven in de rekensoftware.
2. berekening % trillingsisolatie
De software berekent de afveerfrequentie, de statische deflectie en het % trillingsisolatie.
3. ontvang jouw projectspecfieke aanbeveling
De berekeningen vereisen een woordje uitleg.
Indien van toepassing ontvang je naast de meest aangewezen oplossing ook nog enkele alternatieven.

1. Akoestische plafondhangers zorgen voor de ontkoppeling & trillingsisolatie
Vooral op vlak van laagfrequent contactgeluidsisolatie (voetstappen) en isolatie van laagfrequent luchtgeluid (muziek met veel bas) speelt de keuze van de plafondhangers een grote rol.
Geluidsisolatiedokter verdeelt een ruim gamma akoestische plafondhangers op basis van rubber, Sylomer of stalen veren.
Het type hanger (rubber, Sylomer of stalen veer) heeft enkel een impact op de structurele transmissie van het geluid doorheen het plafond.
Structurele overdracht in de transmissie van trillingen doorheen vaste materialen. De plafondhangers die het ontkoppeld plafond verbinden met de verdiepingsvloer zijn een belangrijke transmissieweg.
2. Het plaatmateriaal zorgt voor massa
Het plaatmateriaal moet zwaar en "buigslap" zijn. Hoe zwaarder hoe beter.
Gipskarton- en gipsvezelplaten zijn ideale buigslappe platen met een hoge oppervlaktemassa (+/- 13n75 kg/m²).
De oppervlaktemassa van het plaatmateriaal en de spouwdiepte hebben een impact op de massa/veer/mass-transmissie van het geluid doorheen het plafond.
Mijn dit type geluidsoverdracht speelt de luchtlaag tussen de verdiepingsvloer en het plaatmateriaal (de spouw) als een veer.
3. De geluidsabsorberende spouwvulling onderdrukt de staande golven
Veel mensen die me contacteren denken verkeerdelijk dat het de spouwvulling is die het geluid isoleert.
Lichte poreuze materialen zoals glaswol kunnen geen geluid isoleren, ze kunnen wel geluid absorberen. Op voorwaarde dat beide massa's ontkoppeld zijn heeft de spouwvulling een belangrijke positieve impact op de hoogfrequente geluidsisolatie door de staande golven te onderdrukken.
Staande golven in de spouw hebben een negatieve impact op de driekamertransmissie.
Bij de hoogfrequente driekamertransmissie fungeert de spouw niet als een veer maar beschouwen de deze als een aparte ruimte.
4. Het plaatmateriaal wordt op metalen profielen vastgeschroefd.
Metalen profielen zijn flexiber en daarom veel beter geschikt dan houten latten om geluid te isoleren.
Wat is de impact van de beschikbare hoogte op het geluidsisolerend effect van het plafond?
De beschikbare hoogte bepaalt of we gaan werken met een enkele of een dubbele profielenstructuur voor ons akoestisch isolerend plafond.
Een dubbele profielenstructuur zorgt voor 3 cm meer hoogteverlies.
Deze keuze heeft dan weer een impact of de selectie van het subtype van de plafondhangers. Werken we met een dubbele profielenstructuur dan staan de hangers verder uit elkaar en wordt elke hanger meer belast. In dat geval opteren we voor een iets stijver ontkoppelingselement in de hanger omdat het gewicht over minder hangers verdeeld wordt.
De spouwdiepte (de ruimte tussen de verdiepingsvloer en het plaatmateraal heeft een impact op de massa/veer/massa geluidstransmissie.
Er bestaat een aanzienlijk verschil in geluidsisolatie tussen een geluidsisolerend plafond bij een houten verdiepingsvloer en een massieve verdiepingsvloer.
De geluidsisolatiewinst van het plafond zal significant zijn, maar er zal toch meer geluid door een houten verdiepingsvloer + plafond gaan dan door een massieve draagvloer + plafond.
Houten verdiepingsvloeren missen massa. Bijvoorbeeld, een OSB van 18 mm dik heeft ongeveer 12 kg/m² oppervlaktemassa, terwijl een 14 cm dikke betonplaat + 5 cm chape ongeveer 420 kg/m² massa heeft.
Als geluid op de verdiepingsvloer valt of wanner deze belopen wordt, zal de massieve draagvloer minder hard trillen en bijgevolg minder geluid afstralen in de spouw, waardoor veel minder geluid de tweede massa, de dubbele laag plaatmateriaal, zal bereiken. Het type verdiepingsvloer heeft ook impact op de positionering van akoestische plafondhangers.
Het performantieverschil tussen de verschillende types akoestische plafondhangers bij een massief plafond is groter omdat de structurele transmissie daar de belangrijkste component is. De akoestische plafondhangers hebben enkel impact op deze component. Bij de houten verdiepingsvloer zijn de massa/veer/massa- en de driekamertransmissie groter dan bij de veel zwaardere massieve draagvloer waardoor het verschil tussen de types plafondhanger kleiner is.
Bekijk gerust de specifieke pagina's over lucht- en contactgeluidsisolatie van houten verdiepingsvloeren op deze website.
Welke rol speelt het type stoorgeluid bij het ontwerp van een geluidsisolerend plafond?
Gaat het over luchtgeluid of over contactgeluid?
Wat zijn de spectrale kenmerken van het stoorgeluid?
De kenmerken van het stoorgeluid bepalen de keuze van de plafondhangers. Hangers op basis van Sylomer isoleren beter laagfrequent contactgeluid dan de goedkopere hangers op basis van rubber.
De akoestische hangers hebben enkel een impact op de structurele transmissie.
Wanneer er in de bovenliggende ruimte luchtgeluid geproduceerd wordt of mensen gaan rondstappen dan brengen dit de verdiepingsvloer aan het trillen. Omdat de plafondhangers de verdiepingsvloer verbinden met het veer kunnen de trillingen via deze weg reizen.
Correct gedimensioneerde plafondhangers hebben een grote impact op de geluidsisolatie van plafonds.





LUCHTGELUID

Het verschil tussen het geluidsniveau in de zendruimte waar een bron roze ruis afstraalt en het geluidsniveau beneden wordt gemeten.
Reductiewaardes= hoe hoger hoe beter.
Ten opzichte van de rigide hanger scoort de hanger op basis van rubber globaal 3 dB beter.
Ten opzichte van de rigide hanger scoort de hanger op basis van Sylomer 6 dB beter.
CONTACTGELUID
In de zendruimte boven wordt een ISO-klopmachine in werking gesteld en beneden in de ontvangstruimte meet men het geluidsniveau.
Geluidsniveau= hoe lager hoe beter.
Ten opzichte van de rigide hanger scoort de hanger op basis van rubber globaal 9 dB beter.
Ten opzichte van de rigide hanger scoort de hanger op basis van Sylomer 18 dB beter
Hangers op basis van Sylomer kosten iets meer maar hun meerwaarde wordt wel duidelijk aangetoond bij deze vergelijkende tests.
De Akustik T-60 A45 op basis van rubber komt op 7,8 Euro/stuk vanaf 50 stuks (incl. BTW en verzendkosten) en de Akustik Super T60+ Sylomer komt op 9,45 Euro/stuk.
Spectraal per tertsband bekeken zie je vooral grote verschillen in de lage frequenties. Wanneer voetstappen de stoorbron zijn dan zijn de hangers op basis van Sylomer de beste keuze.

Enkele dB verschil in de lage frequenties maakt een groot verschil omdat mensenoren net dat tikkeltje anders werken dan sonometers.
Mensen horen laagfrequent geluid minder goed dan midden- en hoogfrequent geluid.
Wanneer je "isofoonlijnen" googelt dan vind je tal van afbeeldingen van deze lijnen van gelijke luidheid. Aan de linkerkant van de schaal zie je dat de isofoonlijnen erg dicht bij elkaar lopen.
Laagfrequente geluid moet dus al een zeker volume hebben vooraleer we het kunnen waarnemen, maar eens we het kunnen waarnemen zijn we enorm gevoelig aan volumeveranderingen van dat laagfrequent geluid. De volumeverandering "komen veel harder binnen".
In de lage frequenties komt een fysieke verlaging zoals de sonometer die zou registreren van een paar dB over als een halvering of zelfs nog meer.

Bron van de afbeelding:http://educinno.intec.ugent.be/luidheid/N_luid_freq_1.htm

Verschillen in geluidsdrukniveau's bij 1000 Hz
gewogen geluidsverzwakkingsindex van het luchtgeluid tussen 2 ruimtes in het akoestisch labo
Rw 10 dB = 1/10 van het geluid dat invalt op het testelement wordt doorgelaten
Rw 20 dB = 1/100 wordt doorgelaten
Rw 30 dB = 1/1000 wordt doorgelaten
Rw 40 dB = 1/10.000 wordt doorgelaten
Rw 50 dB = 1/100.000 wordt doorgelaten
Rw 60 dB = 1/1000.000 wordt doorgelaten
De gewogen geluidsverzwakkingsindex verbeteren van 30 dB naar 40 dB vergt niet zo'n grote inspanning. Ze verbeteren van 50 dB naar 60 dB is een ander paar mouwen.
R'W | subjectieve indruk |
37 dB | normale spraak is goed verstaanbaar |
42 dB | normale spraak net verstaanbaar |
47 dB | luide spraak nog net verstaanbaar |
52 dB | normaal ingesteld radio hoorbaar |
57 dB | normaal ingestelde radio onhoorbaar |
62 dB | luid ingestelde radio onhoorbaar |
Hoe goed kun je de gesprekken op normale conversatiehoogte van je buren horen?
Dit hangt af van de globale luchtgeluidsisolatie tussen de 2 woningen en het achtergrondgeluidsniveau in de ontvangstruimte.
Zit je in een ruimte met weinig achtergrondgeluidsniveau dan zullen de stoorgeluiden minder gemaskeerd worden en bijgevolg veer harder binnenkomen.
40 dB globale luchtgeluidsisolatie = ronduit zwakke geluidsisolatie
50 dB globale luchtgeluidsisolatie = redelijke geluidsisolatie
60 dB globale luchtgeluidsisolatie = echt goede geluidsisolatie
Parameters die de performantie van het geluidsisolerend plafond in het labo bepalen.
In combinatie met massief plafond werd de geluidsisolatiewinst in combinatie met een massieve verdiepingsvloer besproken.
De verschillen in geluidsisolatiewinst tussen de verschillende types plafondhangers die je mag verwachten bij een houten verdiepingsvloer gaan iets minder uitgesproken zijn omdat hout meer demping heeft dan gewapend beton.
De resultaten van labotesten kunnen je lezen op de pagina "meerwaarde akoestische hangers bij houten verdiepingsvloeren".
Parameters:
De geluidisolatiewinst hangt dus niet alleen af van de performantie van het verlaagd plafond omdat het geluidsisolerend plafond wat de luchtgeluidsisolatie betreft slechts 5 van de 13 transmissiewegen voor het geluid tussen 2 boven elkaar gelegen ruimtes aanpakt.
De hoeveelheid flankerende geluidstransmissie bepaalt hoeveel dB van de winst die in het labo gemeten werd in de realiteit nog gaat overblijven.

Op deze afbeelding zien we de bouwknoop flankerende wand/verdiepingsvloer.
Naast de directe geluidstransmissieweg doorheen het plafond zijn er bij deze knoop nog 3 flankerende transmissiewegen.
Het geluidsisolerende plafond heeft een positieve impact op de direct trasmissie en de 3° flankerende weg (flankerende weg naar scheidingsvloer).
Het verlaagde plafond heeft geen enkele impact op de 2 andere flankerende transmissiewegen
Een voorbeeld hiervan is een technische schacht die zowel doorheen het bovenliggende als het onderliggende appartement loopt?
Wanneer het te achtergrondgeluidsniveau te laag is komen te stoorgeluiden "beter binnen". Een hoger achtergrondgeluidsniveau gaat een groot deel van de stoorgeluiden maskeren.
Bij het definiëren van de akoestische comfortklasses in de Belgische Akoestische normen werd uitgegaan van een achtergrondgeluidsniveau van 30 dB. Als het veel stiller is in de ontvangstruimte dan lijkt de geluidsisolatie slechter omdat er meer door de bovenburen veroorzaakte stoorgeluid boven het achtergrondgeluidsniveau uitkomt.
Geluidsabsorptie doet de geluidsisolatie beter lijken dan ze is
Een ruimte met een "harde akoestiek" (weinig geluidsabsorberend materiaal) doet de geluidsisolatie van het plafond slechter lijken dan ze in werkelijkheid is. Het geluid wordt gereflecteerd door muren, plafond en vloer waardoor het luider wordt omdat die reflecties het geluid versterken.
Omgekeerd geldt ook dat in een akoestisch gedempte ruimte de geluidsisolatie beter gaat lijken dan ze in werkelijkheid is.
Heb je een vraag over geluidsisolerende plafonds op basis van onze akoestische hangers?
Een van de allerbelangrijkste aspecten van geluidsisolatie voor plafonds is het bepalen van het type stoorgeluid en het spectrum van het stoorgeluid omdat dit een grote invloed heeft op de keuze van de akoestische plafondhangers.
Het onderscheid luchtgeluid/contactgeluid wordt puur op basis van de bron gemaakt.
Laagfrequent geluid is moeilijker te isoleren dan midden- en hoogfrequent geluid.
Indien er genoeg beschikbare hoogte is kan er met een dubbele profielenstructuur, het systeem Plagyp D bij Gyproc, gewerkt worden.

Meer info over het systeem Plagyp D: https://pro.gyproc.be/nl/systemen/plagyp-d-db2x125-a
Voordelen van een dubbele profielen structuur:
Indien er weinig opbouwhoogte is wordt er met een enkele profielenstructuur gewerkt, systeem Plagyp S bij Gyproc.
De minder diepe spouw zorgt voor een minder goede geluidsisolatie van het plafond.
Ons gamma bestaat uit 3 soorten akoestische hangers:
Per subtype zijn er verschillende bevestigingsmogelijkheden.
Contactgeluid en luchtgeluid met aan belangrijke laagfrequente component
Andere stoorbronnen
Wanneer lage afveerfrequenties worden voorgeschreven door het akoestische studiebureau
Wijzelf gebruiken quasi altijd de hangers op basis van Sylomer, uitzonderlijk passen we hangers op basis van veren toe.
De meeste hangers bestaan uit 3 onderdelen:
Zoals alle trillingsisolerende materialen vereisen de akoestische hangers een minimale belasting om te kunnen werken. Hoe meer het elastomeer of de veer wordt ingedrukt onder de belasting (statische deflectie) des te beter zal de trillingisolatie zijn. Maar wanneer het elastomeer of veer te veel wordt ingedrukt gaat het weer "verstijven" waardoor de effiêntie daalt.
Het is dus een kwestie van het juiste elastomeer of veer te bepalen om zo veel mogelijk trillingen te isoleren.
Laten we uitgaan van een dubbele beplating gipsvezelplaten of een dubbele bepaling hoogverdichte gipskartonplaten met een oppervlaktemassa van 27,5 kg/m².
Dan komt er nog wat gewicht van de metalen profielen en geluidsaborberende spouwvulling bij. Ik reken standaard met 28 kg/m² belasting.
Enkele profielenstructuur
Bij een enkele profielenstructuur komen de hangers of 50x80 cm uit elkaar.
28 kg/m² x 0.5 m x 0.8 m = 11,2 kg/hanger
Dubbele profielenstructuur
Bij een enkele profielenstructuur komen de hangers of 80x80 cm uit elkaar.
28 kg/m² x 0.8 m x 0.8 m = 17,9 kg/hanger

Enkele jaren terug heeft het WTCB testen uitgevoerd om te zien of ecologische isolatiematerialen als spouwvulling dezelfde akoestische prestaties hebben. Uit dat onderzoek bleek dat materialen zoals hennepmatten, cellulosematten, matten van gerecycleerd katoen dezelfde akoestische eigenschappen hebben als glaswol.
Enkele voorbeelden van deze materialen zijn:
De profielen van Knauf en Gyproc zijn overal in de handel te koop.
Knauf CD 60/27/0,6
Andere aanbieder van metalen profielen zijn o.a.:
De door het invallende geluid in trilling gebrachte muren, vloer en plafond in de zendruimte geven hun trillingen aan de hard gekoppelde muren (gemene muur en flankerende muren) , vloer en plafond in de ontvangstruimte).
Het geluidsisolerend plafond maakt onvermijdelijk contact met de verdiepingsvloer via de akoestische hangers en de flankerende wanden via het perimeterprofiel.
Al deze gebouwelementen zijn meestal vele keren zwaarder dan het plaatmateriaal van het plafond. Omdat zware bouwelementen gemakkelijk hun trillingen opleggen aan lichtere bouwelementen is ontkoppelen de boodschap.
Bij een ontkoppeld plafond zijn de plafondhangers de belaste elastische koppelingen.
De keuze van de plafondhanger heeft een grote impact op reduceren van de structurele transmissie van zowel contactgeluid als luchtgeluid.
Wanneer iemand in de bovenliggende ruimte loopt breng hij de verdiepingsvloer in trilling. Deze trillingen komen via de plafondhangers in het geluidsisolerende plafond terecht en stralen als geluid af van het plaatmateriaal.
De belangrijkste parameter bij akoestische plafondhangers is hun afveerfrequentie onder een gegeven belasting.
Alvorens een overzicht te geven elke plafondhanger uit ons gamma een berekening die de verschillen aantoont tussen de 3 types hangers die we aanbieden.
Berekening op basis van een dubbele laag gipsvezelplaten of hoogverdichte gipskartonplaten. Oppervlaktemassa 29 kg/m². Tussenafstand tussendde hangers 80 cm op 80 cm = 18,5 kg/hanger.
Van de 3 types hangers uit ons gamma werden de % trillingisolatie berekend voor de frequenties die relevant zijn voor de door voetstappen veroorzaakte trillingen.
Als we het door voetstappen veroorzaakte geluid willen isoleren dan hangen de stoorfrequenties af van parameters zoals het schoeisel, het gewicht van de persoon, de manier waarop de persoon stapt, ..... De door voetstappen gegenereerde trillingen zijn laagfrequent (lager dan 100 Hz).
frequentie trillingen | % trillingsisolatie met rubber Akustik 1 A45 | % trillingsisolatie met Akustik 1 +Sylomer 30 | % trillingsisolatie met veer ST + Sylomer 30 |
35 Hz | 88,9 % | 92,8 % | 98,5 % |
50 Hz | 94,9 % | 96,6 % | 99,3 % |
75 Hz | 97,8 % | 98,5 % | 99,7 % |
100 Hz | 98,8 % | 99,2 % | 99,8 % |
De niet-belaste koppelingen zijn de aansluiting van de metalen profielen met de flankerende wanden en de ruimte tussen plaatmateriaal
Bij onbelaste koppeling speelt trillingisolatie geen rol. Gewoon een soepele koppeling voorzien volstaat om de structurele overdracht van trillingen te beperken. Het is wel van belang dat de materialen die als ontkoppeling gebruikt worden zo zwaar mogelijk zijn omdat een gebrek aan massa voor een geluidslek gaat zorgen. Daarom gebruiken wij akoestische strips op basis van gerecycleerde autobanden een zware elastische kit om de perimeter rond het plaatmateriaal op te vullen.
Bij de driekamertransmissie beschouwen we de spouw tussen de draagvloer en de voorzetwand als een aparte ruimte waarin een geluidsveld zich ontwikkelt.
Bij de massa/veer/massa-transmissie beschouwen we de luchtlaag in de spouw als een veer die de 2 massa's (draagvloer en plaatmateriaal van het ontkoppeld plafond) verbindt. Hoe breder de luchtlaag hoe elastischer de veer.
Hoe hoger de frequentie van het invallende geluid hoe minder trillingen de veer gaat overdragen aan het plaatmateriaal van het geluidsisolerende plafond. De geluidsisolatie verbetert met het toenemen van de frequentie.
Omdat bij gemetselde gemene muren de oppervlaktemassa vele keren groter is dan de massa van de dubbele laag plaatmateriaal van de voorzetwand kunnen we het systeem als een massa/veer-systeem beschouwen.
Rond de resonantiefrequentie van het massa/veer/massa-systeem zal de luchtgeluidsisolatie van de gemene muur + geluidsisolerende voorzetwand slechter zijn dan die van de gemene muur alleen.
In het deel van het spectrum tussen MV-resonantiefrequentie / √2 en MV-resonantiefrequentie x √2 zal de luchtgeluidsisolatie met voorzetwand slechter zijn dan zonder voorzetwand. Als je geen rekening houdt met de kenmerken van de stoorbron kun je de verkeerde voorzetwand ontwerpen.
Het is dus belangrijk om erover te waken dat de frequenties van het stoorgeluid niet samenvallen met het gebied rond de MV-resonantiefrequentie.
Absorberend materiaal zoals minerale wol in de spouw zorgt voor een minder uitgesproken "isolatiedip" van de isolatiecurve rond de massa/veer-resonantiefrequentie maar heeft geen impact op waar in het spectrum de dip gaat komen.
De trillende verdiepingsvloer veroorzaakt een geluidsveld in de spouw tussen de vloer en het plaatmateriaal van de geluidsisolerend plafond.
Het geluidsveld in de spouw brengt op zijn beurt het plaatmateriaal van de ontkoppelde plafond aan het trillen. Het plaatmateriaal straalt vervolgens het geluid sterk verzwakt af in de ontvangstruimte. Je mag de geluidsverzwakkingsindex van de beide spouwbladen bij elkaar optellen.
Om te vermijden dat de spouw een klankkast wordt brengen we geluidsabsorberend materiaal zoals minerale wol aan in de spouw. Andere thermische isolatiematerialen met geluidsabsorberende eigenschappen zoals cellulose, gerecycleerd katoen, flexibele houtwol, vlokkenschuim, PET,... zorgen voor hetzelfde effect. Bio-ecologishe materialen kunnen interessant zijn omwille van hun warmtebufferende eigenschappen. Dure schuimproducten brengen voor deze toepassingen geen akoestische meerwaarde.
Het absorberende materiaal mag niet in de spouw gepropt worden want dan komen de spouwbladen onder spanning te staan. Materialen zoals EPS en andere harde isolatieplaten hebben een negatieve impact.
De driekamertransmissie werkt enkel voor frequenties die hoger zijn dan het zogenaamde transitiepunt dat overeenstemt met:
geluidsnelheid/(4 x π x de spouwdiepte).
Voor een spouwdiepte van 5 cm krijgen de driekamertransmissie vanaf 340/(4 x π x 0.05) = 541 Hz
Staande golven = frequenties waarbij de veelvouden van 1/2 van hun golflengte = de spouwbreedte. Staande golven hebben een negatieve impact op de geluidsisolatie. Staande golven kunnen wel onderdrukt worden door geluidsabsorberend materiaal in de spouw aan te brengen.
Belangrijkste factoren: spouwdiepte en absorptie in de spouw.
ondernemingsnummer BE0692.802.011
Copyright geluidsisolatiedokter.be 2024. All rights reserved.