Plafond akoestisch isoleren

Plafond akoestisch isoleren

 

Ontkoppelde  plafonds, d.w.z. plafonds waarbij er geen  star contact is tussen de vloerplaat en het verlaagde plafond hebben een positieve impact op zowel de luchtgeluidsisolatie als de contactgeluidsisolatie.

 

Luchtgeluid isoleren met een plafond

 

Het plafond akoestisch isoleren heeft vooral een positieve impact op de directe luchtgeluidstransmissie.

 

De globale luchtgeluidstransmissie tussen 2 boven elkaar gelegen ruimtes bestaat uit 1 directe en 12 flankerende transmissiewegen.

 

De impact op de flankerende transmissie is beperkter omdat het ontkoppeld plafond slechts 4 van de 12 flankerende transmissiewegen beïnvloed.

 

Contactgeluid isoleren met een plafond

Het ontkoppelde plafond heeft een positieve impact op de directe transmissieweg maar geen impact op de 4 flankerende transmissiewegen van het contactgeluid.

 

Alhoewel er slechts 4 door het verlaagd plafond “onbehandelde” flankerende transmissiewegen van het contactgeluid overblijven t.o.v. 8 voor het luchtgeluid wil dit niet zeggen dat de hoeveelheid flankerend contactgeluid verwaarloosbaar is.

 

De door voetstappen of verschuivend meubilair in de vloerplaat geïnjecteerde trillingen zijn vele keer krachtiger dan de door trillende luchtdeeltjes veroorzaakte trillingen in de vloerplaat.

 

De flankerende contactgeluidstransmissie kan enkel aangepakt worden met voorzetwanden in de ontvangstruimte.

 

Geluidsisolatiewinst

 

De haalbare isolatiewinst is afhankelijk van meerdere parameters:

 

  • massa en buigstijfheid van het plaatmateriaal
  • graad van spouwvulling
  • mate van ontkoppeling
  • afwezigheid van spots en andere doorboringen
  • akoestische performantie van de flankerende wanden
  • afstand tussen de vloerplaat en het plaatmateriaal van het plafond

 

keuze plaatmateriaal: zwaar en buigslap

 

Hoe zwaarder de buigslappe platen, hoe beter.

 

Gipskartonplaten zijn het meest gebruikte plaatmateriaal, ze zijn zwaar en zijn buigslap waardoor hun kritische frequentie hoog in het spectrum ligt (+/- 3000 Hz).

 

Een dubbele laag platen van 12.5 mm is steeds aangewezen.

 

Elke fabrikant van gipskartonplaten heeft verschillende types platen in zijn gamma: gewone, zwaardere, brandwerende, vochtbestendige...

 

Hoogverdichte gipskartonplaten (densiteit +/- 1100 kg/m²) genieten de voorkeur op gewone gipskartonplaten (densiteit +/- 770 kg/m³).

 

Gyproc          Soundbloc platen            www.gyproc.be

Knauf             Soundshield                      www.knauf.be  

 

Gipskartonplaten vervangen door houten platen (multiplex, OSB, ..) of combineren met houten platen resulteert in een iets lagere maximaal haalbare geluidsisolatiewinst.

 

Hout heeft vaak minder massa dan gipskartonplaten en is buigstijver (lagere kritieke frequentie, ±1300 Hz).

 

Vaak bepalen de vereisten met betrekking tot brandwerendheid welk type plaatmateriaal er gebruikt zal worden voor het geluidsisolerend plafond.

 

Niet alle plaatmaterialen met verwijzingen genre sono, acoustic, phono in de productnaam die in de handel worden aangeboden presteren op akoestisch vlak beter dan gewone gipskartonplaten.

 

spouwvulling

 

Geluidsisolerende spouwvulling bestaat, maar kan enkel bij gespecialiseerde firma’s aangekocht worden. Deze materialen combineren massa met geluidsabsorptie.

 

Veelgebruikte, courant verkrijgbare spouwvulling zijn glaswol en rotswol. Natuurlijke isolatiematerialen zijn eveneens een optie.

In geval van een houten roostering kan het absorberende isolatiemateriaal ook ingespoten worden.

 

Minerale wol of natuurlijke isolatiematerialen in de vorm van woldekens zijn door hun geringe massa geen akoestisch isolerende producten. Deze isolatiematerialen hebben wel een goede geluidsabsorbeerders.

 

Absorptiemateriaal in de spouw elimineert spouwresonantie en zorgt zo wel onrechtstreeks voor een betere geluidsisolatie.

De absorptiecoëfficient van absorberend materiaal is belangrijk om de nagalm in een ruimte te beperken, bij spouwvulling van een voorzetwand of geluidsisolerend plafond speelt dit echter nauwelijks een rol.

 

Dure materialen voor akoestische correctie zoals opencellig PU vlokkenschuim onderdrukken spouwresonantie niet beter dan minerale wol.

 

De mate van spouwvulling speelt wel een beperkte rol. Het is vooral  belangrijk dat de absorberende spouwvulling niet gecomprimeerd wordt aangebracht.

 

ontkoppeling

 

Hoe minder harde contacten tussen het plafond en de andere bouwdelen, hoe hoger de maximaal haalbare geluidsisolatiewinst.

Idealiter staat het plafond volledig los van de vloerplaat en de flankerende wanden.

 

Bij grote overspanningen kan het noodzakelijk zijn om de plafondprofielen van het plafondframe aan devloer te bevestigen. Indien dit noodzakelijk is gebruik dan speciale akoestische bevestigingsprofielen.

 

Het plaatmateriaal mag geen hard contact maken met de andere bouwdelen, er moet altijd enkele mm ruimte overgelaten worden. Deze ruimte tussen het plaatmateriaal en muren/vloer niet met gips opvullen, maar met een soepel blijvende kitvoeg afdichten.

 

inbouwspots vermijden

 

Inbouwspots ontnemen massa aan het plaatmateriaal en dienen vermeden te worden om een hoge geluidsisolatie te bekomen.

 

akoestische peformantie van de flankerende wanden

 

Het grootste verschil tussen akoestisch lab en een  woning is de negatieve impact van indirecte  transmissiewegen op de maximaal haalbare geluidsisolatiewinst van het plafond.

 

Het plafond vormt niet voor alle flankerende transmissewegen een geluidsisolerende barrière.

 

De akoestische performantie van de flankerende wanden bepaalt hoe groot de  hoeveelheid flankerende geluidstransmissie in de totale geluidstransmissie tussen 2 ruimtes is.

 

Bij zware flankerende wanden is er veel minder flankerende geluidstransmissie aanwezig dan bij halfzware baksteenwanden.

Soms is een box-in-box oplossing het enige alternatief om een hoog akoestisch comfort te verzekeren.

 

spouwdiepte

 

Alles wat met geluidsisolatie te maken heeft is frequentie gerelateerd.

 

Hoe lager de resonantiefrequentie van het massa/veer/massa systeem , hoe beter het plafond luchtgeluid isoleert.

 

Een lage resonantiefrequentie is noodzakelijk om laagfrequente luchtgeluiden te isoleren.

 

Deze resonantiefrequentie wordt bepaald door de oppervlaktemassa van de vloerplaat en het plaatmateriaal van het ontkoppelde plafond diepte van spouw.

 

Bij de resonantiefrequentie neemt de geluidisolatie sterk af. Als deze resonantiedip zich bevindt in het frequentiegebied waarvoor we een goede geluidsisolatie willen bekomen zal het resultaat teleurstellend zijn.

 


geluidsisolatiedokter.be

Ommegangstraat 6

8755 Ruiselede

info@geluidsisolatiedokter.be

www.geluidsisolatiedokter.be

Copyrights geluidsisolatiedokter.be 2018. All rights reserved.