Akoestische grootheden luchtgeluid


luchtgeluidsisolatie


gemeten In het akoestisch laboratorium: de grootheden R & Rw


Tussen de zendruimte en de ontvangstruimte zit een opening van 12 m² waartussen de wanden opgebouwd worden.


De gebruikte geluidsbron is roze ruis = dezelfde energie per frequentieband.


De zendruimte en de ontvangstruimte zijn volledig losgekoppeld van elkaar, zodat er enkel directe geluidsoverdracht via de te testen wand mogelijk is.


de geluidverzwakkingsindex R (gemeten in het lab volgens EN ISO 10140-2)


R= de weerstand van een bouwelement tegen de doorgang van luchtgeluid. Hoe hoger de R-waarde hoe beter de geluidsisolatie.


De geluidsverzwakkingsindex R van een wand wordt gemeten in een akoestisch laboratorium. Deze eigenschap vertelt ons meer over hoe goed de scheidingswand isoleert. De geluidsverzwakkingsindex slaat steeds op de volledige wandopbouw.


De geluidsverzwakkingsindex R is het verschil tussen het gemeten geluidsniveau in de zendruimte en het gemeten geluidsniveau in de ontvangstruimte.


Voor geluidsmetingen wordt het volledige spectrum opgedeeld in een aantal frequentiebanden. De parameter R (in dB) wordt in het akoestisch laboratorium bepaald voor elk van de 16 tertsbanden tussen 100 en 3150 Hz.

 

Omdat de laagste frequenties het moeilijkst te isoleren zijn is een typische geluidsverzwakkingscurve oplopend.


Men meet vervolgens:


  • L1 = geluidsniveau in de zendruimte (roze ruis +/- 100 dB per 1/3 octaaf) (dB)
  • L2 = geluidsniveau in de ontvangstruimte (per 1/3 octaaf) (dB)
  • S = oppervlakte van de testwand (m²)
  • T = nagalmtijd in de ontvangstruimte per 1/3 octaaf (sec)
  • V = volume van de ontvangstruimte (m³)
  • A = equivalent absorptieoppervlak in de ontvangstruimte (m²) = = 0.161 V/T


R  = L1-L2 + 10 log (S/A)


R= 20 dB                1/100 van de op de wand invallende geluidsenergie bereikt de ontvangstruimte

R= 40 dB                1/10000 van de op de wand invallende geluidsenergie bereikt de ontvangstruimte

R=50 dB                 1/100000 van de op de wand invallende geluidsenergie bereikt de ontvangstruimte

R=60 dB                 1/1000.0000 van de invallende geluidsenergie op de wand bereikt de ontvangstruimte



de ééngetalsaanduiding Rw = gewogen geluidsverzwakkingsindex (ISO 717-1 berekening)


De R-waarde geeft de volledige spectrale prestaties van de wand weer maar is  niet praktisch om snel 2 wanden onderling te vergelijken.


I.p.v. de 16 R-waardes voor elk van de tertsbanden tussen 100 en 3150 Hz van de 2 wanden vergelijken we de gewogen geluidsverzwakkingsindex Rw van beide wanden met elkaar.


Wanneer we de 16 R-waarden op een curve uitzetten krijgen we een geluidsisolatiecurve zoals in onderstaand voorbeeld.

De terts- of octaaf-meetwaarden (R-waarden) worden vergeleken met de ISO-referentiecurve.


De ISO-referentielijn wordt verschoven in stappen van 1 dB tot de som van de negatieve waarden over de 16 (terts-)banden zo dicht mogelijk de 32 dB bedraagt. De som van de negatieve waarden mag wel niet groter zijn dan 32 dB. De onderschrijdingen zijn de “negatieve “isolatiewaarden = de waardes van de geluidsisolatiecurve die onder  de ISO-referentiecurve liggen (geel gearceerd)


Wanneer de som van de onderschrijdingen 32 dB bereikt is stopt het verschuiven van de ISO-referentiecurve. De R-waarde bij 500 Hz van de referentiecurve is de gewogen geluidsverzwakkingsindex Rw waarde van deze wand. In de bovenstaande grafiek is dit 55 dB. De ééngetalsaanduiding Rw is geen gemiddelde van de R-waardes per tertsband maar wordt bepaald met de ISO-referentiecurve. Het belangrijkste nadeel van een ééngetalsaanduiding is wel dat deze niet het volledige verhaal vertelt.


de aanpassingstermen C en Ctr


Rw is de gewogen geluidsverzwakkingsindex en wordt gecorrigeerd met 2 termen: C en Ctr.  C is de aanpassingsterm voor niet- laagfrequente geluidsbronnen en Ctr de aanpassingsterm voor laagfrequente geluidsbronnen.


Meestal zijn de waarden van C en Ctr negatief. De geluidsreductie wordt dan berekend als Rw + C of als Rw + Ctr. Afhankelijk van het type lawaaibron met overheersende lage of hoge frequenties wordt de aanpassingsterm C of Ctr gekozen.


Rw + C bij geluidsbronnen zoals spelende kinderen, radio, TV, snelrijdend wegverkeer, …

Rw+Ctr bij geluidsbronnen zoals stadsverkeer, traagrijdend treinverkeer, …


De Rw waarde van een wand is de ééngetalsaanduiding die aangeeft hoeveel dB die wandopbouw tegenhoudt. Hoe hoger de Rw waarde hoe beter de luchtgeluidsisolatie

De Rw waarde is een eigenschap van de volledige wandopbouw.


Subjectieve indruk van de geluidverzwakkingsindex


Rw 62 dB            luid ingesteld radio onhoorbaar doorheen de wand

Rw 57 dB            normaal ingestelde radio onhoorbaar doorheen de wand

Rw 47 dB            luid gesprek nog net verstaanbaar doorheen de wand

Rw 42 dB            normaal gesprek nog net verstaanbaar doorheen de wand

Rw 37 dB            normaal gesprek goed verstaanbaar doorheen de wand


metingen in-situ


Bij in-situ metingen hangt de geluidverzwakkingsindex R’ niet alleen af van de in het akoestische laboratorium gemeten geluidsverzwakkingsindex R van de scheidingswand maar ook van


  • de geluidsverzwakkingsindex R van de flankerende muren
  • de mate van akoestische ontkoppeling van de muren (flankerende geluidstransmissie)
  • het volume van de ontvangstruimte
  • de oppervlakte van de scheidingswand S
  • de gemeten nagalmtijd in de ontvangstruimte


R’ = L2 – L1 + 10 log (S/A)


L2 = het gemeten geluidsniveau in de zendruimte

L1 = het gemeten geluidsniveau in de ontvangstruimte

S = de oppervlakte van de directe scheidingswand

A = equivalent absorptieoppervlak in de ontvangstruimte


Het ‘ achter de R duidt aan dat  het over een in-situ gemeten waarde gaat.


de grootheid DnT,w (ISO 717-1 berekening )


Indien het volume van de ontvangstruimte groter wordt dan kunnen we ervan uitgaan dat de het absorptieoppervlak van de ontvangstruimte A groter wordt.  Dit betekent dat in een grotere ruimte de R’ zal dalen (=akoestisch gezien slechter). Dit stemt niet overeen met de manier waarop wij geluid waarnemen.


Hoe groter de ontvangstruimte, hoe minder we het doorgelaten geluid waarnemen.  Denk hierbij aan lamp die gebruikt wordt in een kleine en in een grote ruimte. De kleine ruimte zal beter verlicht zijn dan de grotere ruimte. In de grotere ruimte moet dezelfde lichthoeveelheid zich verdelen over een aanzienlijk groter volume.


In een grotere ruimte is over het algemeen de nagalmtijd groter, maar indien we meer gaan bemeubelen zal de nagalmtijd tussen kleinere en grotere oppervlaktes ongeveer gelijk blijven (het volume stijgt, maar A stijgt ook).


De in-situ gemeten grootheid DnT sluit beter aan bij deze waarnemingen dan R’.


DnT = L2-L1 + 10 log T/To


L2 = het gemeten geluidsniveau in de zendruimte in dB

L1 = het gemeten geluidsniveau in de ontvangstruimte in dB

T = de gemeten nagalmtijd in de ontvangstruimte in seconden

To = 0.3 seconden indien het volume van de ontvangstruimte kleiner is dan 20 m² en 0.5 seconden indien de ontvangstruimte groter is dan 30 m²


De DnT,w is de ééngetalsaanduiding die bepaald wordt door gebruik te maken van de referentiecurve zoals bepaald door ISO 717-1.


Normen en eisen


Lawaai is zeer subjectief omdat ons menselijk oor geluid subjectief interpreteert waardoor de geluidswaarneming verschilt van persoon tot persoon. De ene persoon kan hetzelfde lawaai verdraagbaar vinden, terwijl een andere persoon klaagt over geluidsoverlast.


De akoestische normen zijn belangrijk om geluidsoverlast te objectiveren.


Sinds 2008 zijn er algemeen geldende normen voor de akoestiek in woningen.


De normen maken een onderscheid tussen types akoestisch comfort.


  • bij normaal akoestisch comfort is 70% van de bewoners tevreden met het akoestisch comfort
  • bij verhoogd akoestisch comfort is 90% van de bewoners tevreden. Dit is enkel van toepassing indien de bouwheer dit specifiek vraagt of indien de verkoper of verhuurder dit beloofde.


Deze normen zijn dan wel geen wettelijk verplichte prestaties maar worden bij geschillen als de referentie beschouwd om klachten m.b.t. geluidsoverlast te beoordelen.


NBN S01-400-1 eisen voor de luchtgeluidsisolatie in residentiële gebouwen



geluidsisolatiedokter.be

Ommegangstraat 6

8755 Ruiselede

info@geluidsisolatiedokter.be

www.geluidsisolatiedokter.be

Copyrights geluidsisolatiedokter.be 2018. All rights reserved.

 

akoestische_normen_luchtgeluid

Het akoestisch comfortniveau waaraan voldaan moet worden is het resultaat van een afspraak tussen de bouwheer en de architect of tussen de koper en de promotor.


Voor de ontwerpers zijn de akoestische normen een eis waaraan het ontwerp moet voldoen. Indien het gebouw voldoet aan de norm zal de meerderheid van de bewoners tevreden zijn met het akoestisch comfortniveau.